Motorsleper Unterwalden.

Alles over de sleep en duwvaart op zee en op de binnenwateren
Robert Delhaye
Berichten: 394
Lid geworden op: 05 jul 2011 11:07
Locatie: London SW1, UK

Re: motorsleper Unterwalden.

Bericht door Robert Delhaye » 01 dec 2013 14:55

Fritz Mürner heeft achtereenvolgens op de volgende schepen van de Schweizerische Reederei ("die Roten Schweizer") gevaren :

1. - schoolschip (ex- sleepspits) "Leventina" onder Peter Rösler. Bouwjaar 1921 te Villeneuveroi, Haute Seine, Frankrijk. L x B x Dg: 38,50 x 5,05 x 0,40, Tonnage 330 t, sleepspits van 1921 tot 1939, in 1939 omgebouwd tot schoolschip. Als schoolschip in dienst tot 2004.

2. - motorvrachtschip "Nostrano" onder schipper Schaerer. Bouwjaar 1940, Jos Boel & Zn., Temse, België. L x B x Dg: 79,97 x 9,48 x 2,52, Tonnage 1239 t, 2 x 400 pk Sulzer.

3. - motorsleepboot "Unterwalden" onder kapitein Krieg.

4. - motorvrachtschip "Fontana" onder schipper ? (Ik heb geen gegevens van dit schip kunnen vinden. Wel van een "Fontana" van de Schweizerische Reederei, maar die is beduidend groter (69 meter) dan een kanaalscheepje waar Fritz Mürner het over heeft...)

5. - motorvrachtschip "Madrano" onder schipper Quist (een Nederlander). Bouwjaar 1940, Jos Boel & Zn., Temse, België. L x B x Dg: 79,97 x 9,48 x 2,52, Tonnage 1300 t, 2 x 400 pk Sulzer.

6. - motorvrachtschip "Mesocco" onder schipper Abraham Lensen (een Nederlander). Bouwjaar 1939, Jos Boel & Zn., Temse, België. L x B x Dg: 80,06 x 9,45 x 2,60, Tonnage 1262 t, 2 x 400 pk Sulzer.

7. - motortanksschip "Nigritella" onder schipper Severin Fuchs. Bouwjaar 1948, Jos Boel & Zn., Temse, België. L x B x Dg: 80,00 x 9,45 x 2,60, Tonnage 1212 t, 2 x 450 pk Sulzer.

Daarna verliet Fritz Mürner de Schweizerische Reederei. Hij was inmiddels opgeklommen tot schipper en had het Rijnpatent van Basel tot Zee. Hij was inmiddels getrouwd, had een kind en besloot om z'n varende carrière voort te zetten bij de BLS op de Thunersee (meer van Thun, Zwitserland) in zijn geboortestreek.
Daar bereikte hij de rang van kapitein en voerde het bevel over de raderstoomboot "Blümlisalp" tot z'n pensionering seizoenseinde 1994.

Op al deze schepen beleefde Fritz Mürner spannende avonturen, grappen, grollen, maar ook frustrerende situaties en hij kon er leren van z'n fouten.
Maar het belangrijkste is z'n grote liefde voor het varen. Ook na z'n pensionering!

met vriendelijke groeten,
Robert


Robert Delhaye
Berichten: 394
Lid geworden op: 05 jul 2011 11:07
Locatie: London SW1, UK

Re: motorsleper Unterwalden.

Bericht door Robert Delhaye » 01 dec 2013 15:29

WAAROM EEN JONGEN UIT DE ZWITSERSE ALPEN WILDE GAAN VAREN :

Er was veel opwinding in het huisje van de dagloner Jakob Mürner. Z'n vrouw Emilie was aan het bevallen van hun eerste kind. Die ochtend in april 1932 om 8 uur groeit de bevolking van het gehuchtje Kien, vlakbij Reichenbach, in het Kandertal van 50 naar 51 inwoners.
Vader Jakob is blij dat de vroedvrouw pertinent weigert om betaald te worden voor haar diensten, maar natuurlijk nog blijer met z'n zoontje, die de ouders Fritz willen noemen.
Financiële Rijkdom is een zelden geziene gast in het dorpje. Weliswaar zijn er twee zagerijen, die middels waterrad in het riviertje de Kiene worden aangedreven, en het hout komt via een drukke 'Flösserei' (houtvlotten) van de berg Griesalp naar beneden over het riviertje.
De vader van Fritz werkt in de zagerij , en is er daar niets te doen, dan als dagloner op de steile Alpenhellingen. Dat verdient toch mooi 5 Franken per dag.
Gemeten naar de maatstaven van heden waren de Mürners straatarm, doch niemand ervoer dat toen als dusdanig. Fritz had een onbezorgde jeugd, ging naar school en haalde veel ondeugende streken uit.

In het laatste schooljaar van de middelbare school kwamen voor het eerst toeristen naar Kien. Twee mooie meisjes in badpakjes lieten de monden van de jongens openstaan. We durfden nauwelijks naar hen te kijken, laat staan ze aan te spreken. Na een tijdje werden toch enkele contacten gesloten. En zo hoorde ik dat de vader van Irene kapitein op de Thunersee was. Ik luisterde met opperste verbazing naar haar verhalen, tot ze me over de rederijschool in Basel vertelde.

Meteen zag ik m'n toekomst voor me. Maar m'n ouders hadden helemaal niets op met een school buiten het dorp. Ik moest een beroep in de streek leren.

Toch slaagde ik erin om voor de eerste keer van m'n leven verder te reizen dan Thun, en wel naar Basel. Helemaal alleen en per trein. Toen nog een tramrit, de eerste van m'n leven, naar het kantoor van de Rederij. Vol verbazing en ontzag keek ik rond, en was daardoor nauwelijks in staat om schriftelijke en mondelinge vragen te beantwoorden.
Desondanks kreeg ik twee weken later de toestemming om me bij de matrozenschool te melden.
Vader en moeder probeerden nog dwars te liggen, maar nadat z'n voormalige basisschoolleraar de Pfarrer (dominee) had ingeschakeld, kreeg Fritz alsnog toestemming van z'n ouders om zich naar het schoolschip "Leventina" te begeven.
Wat had de Pfarrer moeten doen? Heel simpel: die had de Rederij opgebeld met de vraag "ob auf dem Rhein alles mit rechten Dingen zugehe..."

Op 4 augustus 1949 kwam Fritz Mürner aan boord van het schoolschip. Met 20 jongens waren ze, uit heel Zwitserland afkomstig.

met vriendelijke groeten,
Robert

Robert Delhaye
Berichten: 394
Lid geworden op: 05 jul 2011 11:07
Locatie: London SW1, UK

Re: motorsleper Unterwalden.

Bericht door Robert Delhaye » 01 dec 2013 15:57

OP HET SCHOOLSCHIP (1) :

Nooit zal Fritz Mürner de vierde augustus 1949 vergeten. Met 20 andere jongens uit heel Zwitserland monstert hij aan boord van de stationaire, tot schoolschip omgebouwde voormalige sleepspits "Levantina" aan.
Nadat iedereen z'n spullen in de slaapruimte had gezet klonk het bevel: "Iedereen aan dek - in zwembroek!"
Onder leiding van schoolleider Peter Rösler moesten we in de stromende Rijn springen. Achter ons balanceerde Rösler's vrouw Vera in een roeibootje en viste de jongens die slecht of helemaal niet konden zwemmen uit het water. Zo werd ons de eerste dag al meteen duidelijk gemaakt hoe de vork hier in de steel zat.
De vier maanden aan boord van het schoolschip waren inderdaad zeer streng. Streng maar rechtvaardig. De leraren lieten geen zwakken doorgaan. Slechts met een onvoorstelbare hoeveelheid "kennis en kunnen" (zo leek het toen) zou de eerste stap tot de rang van scheepsjongen mogelijk worden!
Fritz Mürner weet nog goed hoe hij ook meteen een scheepsuniform en een plunjezak kreeg.

Rösler onderwees ons in sloepenvaren, splitsen, scheepsbouw, knopen leggen (paalsteek, mastworp, etc), daar konden nog aan teogevoegd worden sporten als boksen en turnen en boswandelingen.
Op de schoolbanken leerden we Rijngeografie, het laden en lossen van schepen, havarieleer, vaarwaterkunde, rekenen en schrijven, en ook de Nederlandse taal.
In het Overdekt Zwembad Basel kregen we twee maal per week zwemles, waar we allen het diploma reddend zwemmen behaalden.

Z'n vrouw Vera leerde ons koken, wassen, strijken, stoppen, poetsen en bedden opmaken. En als iemand het niet meer zag zitten was zij er om ons te troosten. Ze wist immers precies wat ons te wachten stond, ze had dan ook jarenlang met haar man op de Rijn gevaren.

Ook als er geen school was betekende dat niet dat we vrije tijd hadden. Nee, dan werden we naar één van de talrijke werkplaatsen van de rederij gestuurd, waar we werden ingewijd in de geheimen van het schilderen, werktuigbouwkunde, machinetechniek, lassen, hydrauliek etc.

Voortdurende kampte ik met grote problemen bij het koken en bed opmaken, de tandenborstel lag meestal aan de verkeerde kant... Zo moest ik voor straf talloze vrije middaguurtjes opofferen om de strijk te doen, om m'n fouten weer goed te maken. Als we bezoek van de rederij kregen moest alles tot in de puntjes in orde zijn. De melodie en tekst van het schoollied klinkt me nog altijd in de oren: "Mit der Leventina, fahren wir dem Rhy (Rhein) nah, bis ans grosse Meer."

Volgende keer deel 2.

m. vr. gr.
Robert

Robert Delhaye
Berichten: 394
Lid geworden op: 05 jul 2011 11:07
Locatie: London SW1, UK

Re: motorsleper Unterwalden.

Bericht door Robert Delhaye » 10 mar 2017 16:39

Na een (veel te lange) onderbreking gaan we verder met de avonturen van Fritz Mürner, die eerst voor de Rote Schweiz op Rijn en Schelde voer, en nadien als kapitein op de raderstoomboot "Blümlisalp" van de BLS op het Meer van Thun (tussen Thun en Interlaken), z'n geboortestreek.

-Meer dan drie weken onderweg-

Op 26 januari 1950 kreeg ik eindelijk het schriftelijke Bevel in handen: "aanmonsteren op MS 'Nostrano'!" (een vrachtschip van 1000 ton).
Ik moest me bij schipper Schaerer melden. Ik zie mezelf nog in de haven van Basel over de smalle plank aan boord gaan. De Eerste en de Tweede matroos bekeken me. De vragen stonden hen op het gezicht geschreven: of de nieuwe scheepsjongen ook kon koken, en of hij ok was in de omgang?
De woorden van de Eerste klinken me nog in de oren alsof het gisteren was: "Kom, hier is je hut, die moet je met de Tweede delen. Leg je koffer en zak op bed en ga je achter bij de Oude melden!" Een half uurtje later stond ik al in werkkleding aan dek.
We maakte het ruim open om te lossen. Ik kon amper de bevelen bijbenen: "Loop snel met de luiken, haal je vinger uit je kont!" Ik ondertussen kon aan niets anders denken dan: "Val in godsnaam niet in het ruim of overboord..."
Al snel stegen mannen aan boord, knoopten zeilen om suikerzakken en hingen ze aan een kraan. Zo verdween buidel na buidel in de schier eindeloze loodsen.
Middenin het werk riep Hans, de Eerste, ineens: "Stop ermee, ga inkopen doen. Schneck, de Tweede, zal de eerste keer met je meegaan en helpen."
Voor vier weken kopen we hoofd-voedselvoorraad. Klein spul kunnen we onderweg bijkopen. Op de terugweg komen we langs de beroemde ronde kiosk aan de haveningang. "Koop voor de vrouw van de schipper wat bananen", beveelt Schneck, terwijl hij naar de achterzijde van de kiosk loopt en stopt daar z'n zakken vol met pakjes sigaretten. Met rode kop en gloeiende oren betaal ik de bananen, en probeer daarna Schneck ter verantwoording te roepen. Die meent echter, kalm blijvend: "Deze miljonair heeft al lang genoeg andere mensen bedrogen. Nu is ze zelf aan de beurt".
's Avonds komt schipper Schaerer naar het vooronder, en komt de boeg-keuken binnen: "Morgenochtend om zes uur vertrekken we, zodat we tegen zeven uur bij de Kembser-sluis zijn". (Toen nog de enige sluis tussen Birsfelden en Rotterdam).

Zonder verder commentaar wenst Schaerer "Gute Nacht" en laat ons, drie jonge mannen, op het voorschip: de 23-jarige Hans, de 19-jarige 'Schneck' - ik ben nooit achter z'n echte naam gekomen, ook niet achter z'n bijnaam want langzaam was ie nooit, maar ik zou hem echter des te beter leren kennen - en ik, de 16-jarige scheepsjongen. Weer komt er een bevel: "Hallo scheepsjongen, om half zes zorg je dat de koffie klaar is, daarna hijs je de vlaggen. Heb je begrepen? En nu naar bed!"
Naar bed, ja, maar van slapen is geen sprake. Van opwinding draait m'n hele leven tot nu toe in m'n hoofd: m'n jeugd, het gedisciplineerde schoolschip en nu alleen maar nieuwe vragen...

Eindelijk is het ochtend. Al om vier uur kruip ik uit m'n zak en zet de koffie op. Dan wek ik de matrozen en hijs niet zonder trots de drie vlaggen. Op de boeg de windvlag, op de hoofd- en signaalmast de rederijvlag, en achter op het hek de nationale vlag van Zwitserland.
Om precies zes uur worden de trossen van de bolders losgemaakt. Hans heeft de beide Sulzer dieselmotoren alreeds gestart, en schipper Arthur Schaerer staat achter het roer.
Langzaam en geruisloos sluipt het schip de haven uit de Rijn in. Ik kan het allemaal opgewonden bij de afwas door de patrijspoort bekijken. Om de beurt komen de beide matrozen en de schipper in de keuken om koffie te drinken. Ik ben weer alleen, en kijk de wilde eenden na, die in hun ochtendslaap gestoord worden en wegvliegen.
"Jongen, kom naar buiten", roept Schneck, "leg de mast neer en de wrijfhouten klaar, we varen dadelijk de sluis in!"

Een tweede schip wringt zich in de enge sluis, dan worden we 18 meter omlaag geschut. Schutten betekend voor de bemanning: onafgebroken trossen verzetten. De schipper kan echter een korte pauze nemen.
De onderste sluisdeur opent, de maschines starten. Trossen los, en verder gaat de 'Talfahrt'.
Een wild gebied, de Bovenrijn. De rivier is hier amper gecorrigeerd en stroomt zeer snel. Aan beide zijden bekijk ik vol ontzag uitgestrekte landschapen met grote plassen en waterlopen.
"Nu ga je brandstof pompen en het middageten koken!" haalt iemand me ruw uit m'n dromen. Koken behoort niet tot m'n sterke punten, maar ik wil graag m'n uiterste best doen.
Weer eens moet ik beleven dat alleen een goede wil niet voldoende is. Gekookte aardappelen, erwten, ragout. De kookaardappelen zijn veel te zout, het vlees aangebrand. Hans verslikt zich in het eten, en vloekt: "Niet te eten, gooi die rotzooi overboord en zet deegschelpjes op!"
Woedend draait de Eerste zich om, en zegt tegen Schneck: "Voortaan kook jij!". Het protest van Schneck helpt weinig, alhoewel ik me kan voorstellen dat hij zich verheugd had op mijn komst, zodat ik het koken van hem kon overnemen.
De oplossing van Hans is simpel: "Scheepsjongen, je blijft scheepsjongen, je doet de keukendienst, reinigt het stuurhuis en doet dekdienst, overal waar je nodig bent. Maar 's middags kookt Schneck, zodat we niet verhongeren!"

Het landschap veranderd enorm, we passeren stad na stad, waarbij ik bij iedere brug de mast met een klein liertje om moet leggen. In de verte groet de Kölner Dom. Schipper Schaerer stopt er vandaag vroeg mee. Het klipanker wordt gezet, en de ketting aan aan de ankerlier bevestigd en de boeg van de 'Nostrano' wordt langzaam, tegen de stroom, aan land gedrukt.
"Loopplank uit!". Ik moet als eerste aan land om de trossen op bolders te bevestigen. Een akelige zaak zonder in het water te vallen. Bovendien moet vandaag de loopplank met twee draden worden gezekerd, waaraan men zich kan vasthouden - de schipper wil met z'n vrouw aan wal. Ook Hans en Schneck gaan aan wal eten. De Eerste beveelt: "Jij houd de wacht, en zodra de zon weg is, zet je achter en aan de boeg het licht aan, zodat we niet geramd worden door voorbijvarende schepen!"

met vriendelijke groeten,
Robert Delhaye

Fritz Mürner

Robert Delhaye
Berichten: 394
Lid geworden op: 05 jul 2011 11:07
Locatie: London SW1, UK

Re: motorsleper Unterwalden.

Bericht door Robert Delhaye » 10 mar 2017 17:09

De wekker rinkelt!
Ik klauter uit bed en zet de koffie op. Zie ik het goed, of ben ik al halfdood? Een vrouw ligt halfnaakt op de keukentafel. Een tweede op de bank. Beide roken. Geschrokken verdwijn ik als de bliksem en probeer Hans, eerst met zacht kloppen, te wekken. Pas na een tijdje schudden krijg ik hem wakker. "Jaag die twee van boord, we hebben genoeg betaald!" Dan pas merk ik dat het twee "Leichte Mädchen" zijn. Ze willen echter eerst koffie, dan gaan ze er lachend vandoor. De matrozen van hun kant geven geen nadere informatie over de vrouwen.

Aan de Nederlandse grens neemt de schipper me mee aan land. Zoals geleerd moet ik hem met de sloep naar de douane roeien. Het schip blijft op de Rijn voor anker liggen. Als Schaerer z'n papieren bij de douane klaar heeft gemaakt, ontvangt hij Opdracht van de Rederij: "Naar Antwerpen, om tarwe te laden!"
Schaerer geeft me een bier en meteen nog een. Dat had ie beter niet gedaan. Nu moet de schipper op de terugweg zelf roeien, anders kwamen we van louter bier nooit meer op het schip. "Anker lichten, we varen richting zeehaven!" Kleine proviandbootjes, parlevinkers, naderen en willen ons etenswaar verkopen. Als we kort daarna het eerste zeeschip van m'n leven tegenkomen heb ik nog maar één wens: "Hopelijk ramt ie ons niet!"

Van Dordrecht varen we via Zeeland met een loods aan boord, want in 1950 was hier nog open water dat voor ons schip gevaarlijk zijn kon. De loods logeert bij de 'Alte' op het achterschip.
De Belgische douane passeren we verbazingwekkend snel. Schneck verraad me het geheim: "Daar wordt iedereen met geld van de rederij omgekocht, daarom loopt alles zoals gesmeerd."
Noch een grote zeesluis, en we verlaten de Schelde, en varen richting Antwerpen. De loods heeft het schip verlaten, en de schipper stuurt het schip door de havens. Tussen eb en vloed kan het water in de Schelde wel zeven tot acht meter verschillen. We varen echter door de dokken, en blijven dus op hetzelfde niveau. Ondertussen varen we een grote ophaalbrug tegemoet.

Schaerer roept me in het stuurhuis, waar hij met Hans een weg door de wirwar van schepen zoekt. "Fritz, zo gaat het niet langer! Of je nu ergens in een ruimte of een woning bent, of je slaapt of wakker bent, je vaart met dit schip mee. Wanneer wij de motoren langzamer laten draaien, of het schip naar bak- of stuurboord draaien, dan laat je je zien en kijkt richting stuurhuis, zodat ik je bevelen kan geven. Want op roepen en fluiten heb je niet gereageerd, maar gedroomd en naar de Wijde Wereld gekeken."
Schaerer geeft me geld: "Als we de brug passeren komt de brugwachter uit z'n huisje, en laat met z'n hengel een zakje zakken naar ons schip. Dan stop je het geld in het zakje en groet je beleefd."
Ik ga van het stuurhuis naar het gangboord. Schneck komt schijnbaar hulpvaardig uit de machinekamer: "Ik zal je laten zien hoe het gaat". Hij pakt me het geld af, terwijl het zakje boven ons zweeft. Hij stopt er een steen in en stopt het geld in z'n broekzak. We lopen samen door het gangboord naar de keuken. "We kunnen het geld goed gebruiken bij het stappen", praat Schneck onze ruzie goed.
We leggen naast een Canadees zeeschip aan. Met een zuigkraan worden zo'n 1000 ton tarwe in ons schip gepompt. Meteen trekken we zeilen over de luiken zodat onze vracht tijdens de vaart door open water niet nat wordt.

De lading wordt verzegeld voor de douane, en we varen weer richting ophaalbrug... Ieder signaal dat we geven wordt genegeerd, de brug blijft dicht! Eindelijk wordt de brug opgehaald en we kunnen passeren. De schipper verschijnt met donkerrood hoofd op de brug en geeft de brugwachter in het voorbijvaren een hele zoo vol dierennamen.
Midden in de stad leggen we aan een kaai aan. Schaerer gaat met z'n vrouw de stad in, de beide matrozen maken het schip schoon. Ik wordt erop uitgestuurd om inkopen te gaan doen. Aan het eind van de straat stoot ik op een marktkraampje, waar ik, naar m'n eigen berekening voor zo'n 100 Zwitserse Frank m'n beide plunjezakken kan laten vullen. Hij geeft me van 200 Zwitserse Frank echter helemaal niets terug. M'n protesten worden niet gehoord.
Huilend keer ik aan boord terug en wordt daar in een verhoor genomen. Ze geloven me, ze geloven dat ik niets gestolen, verduisterd of verloren ben van het geld. Hans en Schneck halen de twee plunjezakken leeg en we gaan met z'n drieën naar de marktkramer. Schneck grijpt hem bij z'n keel en drukt stevig toe, en beveelt ons: "Bedien jullie nu maar van levensmiddelen!". Alle geschreeuw om politie door de marktkramer zijn tevergeefs. We nemen mee wat ons lijkt toe te behoren!.

met vriendelijke groet,

Robert.

Volgende keer: hulpeloos in het Binger Loch...

Robert Delhaye
Berichten: 394
Lid geworden op: 05 jul 2011 11:07
Locatie: London SW1, UK

Re: Motorsleper Unterwalden.

Bericht door Robert Delhaye » 13 mar 2017 15:34

"Hulpeloos in de krachtige stroom: het Binger Loch"

We varen tegen de stroom richting Basel. Vlak voordat we de grens met Lobith bereiken hijs ik de witte vlag aan de signaalmast. De schipper mindert snelheid. De waterboot komt langszij en we vullen onze watervoorraden aan. Ook een parlevinker komt langszij, die alles voor het dagelijkse leven te koop heeft. Ik schaf een paar handschoenen en een paar broeken aan.
Als ik wil betalen gebaren de matrozen dat alles al betaald is, met tarwe. Ze hadden tijdens de reis, ongemerkt, twee zakken gevuld, en die in een kleine bergingsplaats voor de douane verstopt.
Matroos Hans lost de schipper 's ochtends en 's avonds gedurende diens etenstijden af. Om de twee uur moeten we brandstof van de hoofdtank in de dagtank pompen, waarbij we ook maar weer de machines nazien.
Al doende leer ik op het varende schip te werken, en te zien wat er op de rivier zoal gebeurt.

De snelheid loopt terug, we passeren in het 'Gebirge' de beroemde Loreley en naderen het Binger Loch. De bevaarbare rivier perst zich daar door allerlei rotsen, in de toekomst zal het Loch verbreed worden. Wat op ons afkomt lijkt een oprijzende muur. Onze motoren lopen voortdurend op overlast, door veelvuldig te smeren maken we het de twee machines wat makkelijker. Aan de ene kant zie ik de auto's ongeveer op armlengte voorbijrijden, aan de andere kant van de Rijn ijlt een sneltrein voorbij.
We smeren en smeren, maar het schip gaat steeds langzamer, stopt, en begint langzaam en onhoudbaar achteruit te gaan in het rustige water. Maar al snel nadert een tanker, een van de "Roden", onze rederij dus, die ook in de bergvaart zit, vastmaakt en ons door het Binger Loch sleept.
Dat geschied op de volgende wijze: de tanker vaart langszij, we werpen een werplijn over, waaraan de bemanning een draad bevestigd. We trekken de draad aan boord en maken ze vast aan de bolders op de boeg. Zo kan onze redder in nood langzaam 'anziehen' en voorspan geven.

De tanker geeft ons voorspan tot Straatsburg. Daar moeten bede schepen 'leichtern'. 'Leichtern' is Duits voor een deel van de lading lossen, ofwel in een ander schip, ofwel op de wal, omdat de waterstand in de Oberrhein te laag staat.
De tweede matroos bezoekt ondertussen een van z'n vriendinnen in de havenkantine van Straatsburg. We volgen haar in de keuken. Daardoor raakt er een vliegenvanger los en valt vol vliegen in de soep. We scheppen de soep op voor de havenarbeiders en vissen de gekookte vliegen eruit. Bij het zien alleen al vergaat me de eetlust...

We naderen Basel. We zijn nieuwsgierig naar post en onverwachte nieuws, we waren immers 24 dagen weg uit Basel, en zodoende ook van het thuisfront afgesneden. Ik zet nieuwe vlaggen aan de mast en ben er trots op dat we de vracht zonder schade de Rijn op gebracht hebben.

Volgende keer: afmonsteren, op het bureau melden en een nieuw schip...

met vriendelijke groet,
Robert

Robert Delhaye
Berichten: 394
Lid geworden op: 05 jul 2011 11:07
Locatie: London SW1, UK

Re: Motorsleper Unterwalden.

Bericht door Robert Delhaye » 20 mar 2017 14:31

Engelbewaarders en een bezorgde vader...

Schipper Schaerer bracht me een nieuwe order: "Je moet afmonsteren en je op het bureau melden!" Ik wist niet wat er gebeurde. Had ik op m'n eerste reis niet goed m'n best gedaan? Noch de twee matrozen, noch de schipper hadden een verklaring voor deze beslissing.
Ik liet me niet klein krijgen, ze zouden m'n hoofd er vast en zeker niet vanaf trekken. Dus op naar het bureau... Daar viel het mee. "Je moet naar Mannheim reizen, daar tref je ons nieuwste schip, de "Unterwalden", op haar bergvaart, daar moet je aanmonsteren!"
Zo snel zat ik met plunjezak en koffer, nog nooit in een taxi, die me naar het station in Baden bracht, en waar ik de trein naar Mannheim moest nemen. Die avond was er echter van de sleepboot niets te zien. Ze vertelden me dat ik moest wachten tot de volgende ochtend want de "Unterwalden" had op haar eerste reis al, een paar schepen in de sleep.
Voor de nacht kreeg ik een slaapplaats op de radersleper "Luzern" die op de Rijn voor anker lag. Daar werd ik in de raderkast bij twee Poolse stokers ingekwartierd. Die kwamen pas diep in de nacht en volledig bezopen aan boord en wilden absoluut nog 'Schnaps' met mij drinken. De twee deden hun beroep alle eer aan, want ze zagen werkelijk zo zwart als de nacht en hun lichaam had nog niet veel water gezien. Ik was blij dat ik lakens en dekens gekregen had, die ik over de vieze matras kon leggen.
De stokers uit Polen hadden vroeger op de Elbe en Saale gevaren, en vertelden met dreigende gebaren hoe ze daar "Bären" (prostituees) aan boord hadden gehaald. Als deze niet gewillig waren geweest of 's ochtends niet wilden opstaan, dan hadden ze ze in stukken gesneden en door de patrijspoorten gegooid. Door de sterke verhalen bang geworden, hield ik m'n opengeknipt zakmes de hele nacht angstvallig klaar onder m'n matras. Aan slapen dacht ik helemaal niet meer.
De volgende ochtend vroeg bleek dat ik nog in leven was, en zat al snel op de kademuur, ongeduldig wachtend op het nieuwe schip. Eindelijk dook de sleepboot op uit de bocht. Van verre kon je het witte kruis op de rode achtergrond goed zien. Meteen begreep ik waarom de "Unterwalden" als de trots van onze rederij gold.
Toen de sleepboot op mijn hoogte was werd ik door een motorboot aan boord gebracht. De sleepboot had met onverminderde snelheid met aanhang doorgevaren, zonder snelheid te minderen. Twee matrozen namen m'n bagage aan boord.
De verassing is niet minder groot als ik me in het stuurhuis meld. Naast kapitein Krieg staat m'n schoolschip-inspecteur Peter Roesler, die me toelacht. Later hoor ik dat Roesler als aflos-stuurman meevaart omdat de volgende cursus voor scheepsjongens nog op zich laat wachten.

Volgende keer: een ongeluk aan boord...
maar eerst stellen we de "Unterwalden" uitgebreid voor.

met vriendelijke groet,
Robert.

kabo
Berichten: 432
Lid geworden op: 08 jul 2017 14:56

Re: Motorsleper Unterwalden.

Bericht door kabo » 09 nov 2018 17:58

NL-HaNA_2.24.14.02_0_254-1325.jpg
NL-HaNA_2.24.14.02_0_254-1325.jpg (137.38 KiB) 130 keer bekeken
De Unterwalden in de omgeving van Kehl.
gr.Bas



Plaats reactie